
Reisverslag
jongerenreis juli-augustus 2003, door Jiska Uitbeijerse
Maandag
21 juli 2003, 4.30 uur. Tijd om te vertrekken!
We
hadden ons in alle vroegte verzameld bij het Anker. Daar begonnen we met elkaar
en vroegen God om Zijn zegen over de reis.
We
lazen Ps. 121 waar staat dat God onze bewaarder is, wat we ook zeker ervaren
hebben deze reis. Daarna was het tijd om in te stappen. Uitgezwaaid door
familie en vrienden ( ja, ja ook zij waren vroeg opgestaan) begonnen we de reis
naar Roemenië. Onder de uitzwaaiers waren ook Cor en Truus de Mos, onze
eigenlijke ‘reisleiders’.
Omdat
Cor z’n moeder onverwacht overleden was, konden zij pas de volgende week komen.
Ondertussen waren wij op weg. De reis was niet alleen lang (bijna
Toen we ’s avonds bij het
pension aankwamen
was
het dan ook niet de warme maaltijd,
maar
de douche waar we het meest naar verlangden.
De
reis verliep voorspoedig en geheel volgens plan.
De
eerste dag maakten we veel km. over de brede
Duitse
Autobahnen.
De
tweede dag gingen we de bergen in en kregen de
afgeladen
auto’s het duidelijk moeilijker.
Maar
bij de grens (Oostenrijk-Hongarije) konden we (na lang in de rij staan) zonder
problemen weer verder, zodat we ook de tweede dag goed opschoten. De derde dag
ging de reis door Hongarije en Roemenië.
Al
in Hongarije waren de wegen beduidend slechter en het straatbeeld duidelijk
verandert.
Lángs
de weg zag je nu de karakteristieke bontgekleurde huizen en óp de weg naast
auto’s ook regelmatig paard en wagen. In Roemenië datzelfde beeld, alleen hier
verkeren de huizen duidelijk in een minder goede staat.
Kapotte
ramen of daken, scheefgezakt of met barsten in de muren of wat er dan ook mis
kan zijn met je huis als je geen geld hebt om het te onderhouden.

Om
een uur of 5 kwamen we aan in Ocna Sibiului waar we hartelijk welkom geheten
werden door de mensen van de kerk. Ze hadden een uitgebreide maaltijd voor ons
bereid van aardappelsoep, rauwkostsalade en wat bij geen enkele Roemeense
maaltijd mag ontbreken.... brood!
(En
natuurlijk niet te vergeten de zelfgemaakte drank!)
Daarna
werd het hoog tijd om onze tenten verder op te zetten en lekker te gaan slapen.
De
volgende dag was het al weer donderdag.
’s Ochtends
deden we rustig aan en ’s middags gingen we kennis maken met de mensen van het
kindertehuis.

De
kinderen, vijf goedlachse en spontane jongentjes,
waarvan
vooral de twee jongste veel te klein zijn voor hun
leeftijd,
en een verlegen, vriendelijk meisje, waren erg blij
met
het speelgoed dat we voor hen meebrachten.
Met
de mekanodoos werden al gauw allerlei hijskranen
e.d.
gemaakt en de knuffels kregen een mooi plaatsje in bed.
Maar
ze vonden het ook heerlijk om met de jongens uit de groep te ravotten. Helemaal
trots waren ze als ze ons even mochten helpen met schilderen (later in de
week).
Dat
deden ze met de grootste precisie en ijver, waardoor het er soms nog beter
uitzag dan als sommigen van ons het deden.
Ook
bekeken we het kindertehuis zelf, dat 3 jaar geleden door de groep was
ingericht, maar waarvan de trap, de hal en de woonkamervloer nog steeds uit
kaal beton bestonden en de raamkozijnen aan de buitenkant nog kaal waren. Werk
genoeg dus voor ons!
Vrijdag
begonnen we met de voorbereidingen voor het werk.
De
helft van ons begon in het kindertehuis met bijv. het weghalen van wespennesten
en ging inkopen doen in de stad.
De
andere helft bleef bij de kerk en zorgde dat de spullen die met het transport
meegekomen waren, verkoopplan gemaakt werd voor de verkoping van de volgende
week.
Zaterdagmiddag
gingen we met z’n allen naar Sibiu; de dichtstbijzijnde stad.
Daar
maakten we voor het eerst pas echt kennis met de Roemeense prijzen.
Velen
van ons voelden zich letterlijk erg rijk; als je 30 euro omwisselde kreeg je
daar meer dan een miljoen lei voor terug, maar je kon er ook nog eens veel meer
voor kopen.
Voor
25 cent een uur internetten of voor 2 euro een maaltijd bestellen, dat krijg je
in Nederland meestal niet voor elkaar.
Met
de Roemeense gewoonten/ cultuur hadden we de vorige dag al kennis gemaakt bij
het inkopen van de bouwmaterialen.
Daar
stonden we uren bij de kassa omdat de folie die we wilden kopen nog niet
ingevoerd was in de computer.
Nadat
alle verkopers langs gekomen waren om hun zegje te doen, was het eind van het
liedje dat we de folie toch niet meekregen.
Toen
we ’s middags terugkwamen om het nog eens te proberen, was het blijkbaar
intussen ingevoerd in de computer, want toen kregen we het zonder problemen
mee...

Zondag
gingen we met z’n allen naar de kerk.
Die
zou om half elf beginnen, dus zaten wij
netjes
om tien voor half elf in de kerk. Als enigen.
Om
tien over half begonnen de mensen binnen te
druppelen
en om tien voor elf begon ook
daadwerkelijk
de dienst. Die zondag werd het
Heilig
Avondmaal gevierd, dus iedereen zag er op
z’n
paasbest uit. Eerst mochten de mannen ‘aan’;
ze
gingen ,op leeftijd, rondom de dominee staan en
de
dominee deelde aan iedereen persoonlijk het brood en de wijn uit terwijl de
vrouwen zongen. Daarna de vrouwen, onderwijl toegezongen door de mannen.
En
tenslotte de gasten. Na de dienst was er een heerlijke maaltijd waarbij
blijkbaar kosten nog moeiten gespaard waren, want zoals een van de jongeren
opmerkte; dit eten we altijd met kerst...
Inmiddels
waren ook Cor en Truus veilig aangekomen, zodat de groep nu compleet was.

Maandag
28 juli. De tweede week alweer.
Er
werd weer hard verder gewerkt aan de
verschillende
werkzaamheden in het tehuis.


Ons eigen Factotumteam bekleedde op
vakkundige wijze de trap met hout, en de
vloer in de kamer en de hal
werd onder
leiding van onze prof.
doe-het-zelver
voorzien van laminaat.
De
metselaar in ons midden voorzag de keuken en het afstapje in de kamer van tegels
en velen van ons werden door onze schilder aan het werk gezet om de kozijnen te
verven en de muur aan de achterkant van het huis te witten.
Maar
er werd meer gedaan dan klussen in het kindertehuis. Dinsdag was er een verkoping
van de meegebrachte spullen.
’s
Ochtends stalden we alle spullen uit op schragen die we op het gras rondom de
kerk zetten.
Om 10 uur ging de poort open
en stroomden de
mensen
binnen. Het waren er zoveel dat we ze
in twee groepen binnen moesten laten.
Velen
vonden verschillende dingen van hun
gading
tussen de kleding, het beddengoed,
de
schoenen, dekens,enz. en stonden tijden
geduldig
in de, door de drukte vaak lange,
rij
om de spullen af te rekenen.

Aan het einde van de middag viel de geslaagde
verkoping toch nog in het water doordat er een flinke bui losbarstte.
Maar ondanks dat we iets eerder moesten inpakken dan de planning was, had het toch
1600 euro opgebracht. Een enorm bedrag als je bedenkt dat een modaal
maandsalaris zo’n 80-100 euro bedraagt.
Het geld kwam ten goede aan
de kerk.
Donderdag en vrijdag hielden we een soort
kinderclub.
’s Ochtends zongen we liedjes (zij leerden
ons Hongaarse liedjes
en wij hen Nederlandse), vertelden een
Bijbelverhaal
(althans,
wij hadden een Bijbelverhaal in het Engels vertaald en aan één van de jongeren
gevraagd het in het Hongaars te vertellen) en maakten werkjes.


’s
Middags deden we spelletjes zoals koekhappen,
zaklopen,
spijkerpoepen, enz.
Dat
de kinderen het waardeerden bleek wel de volgende
morgen toen ze massaal weer terugkwamen; ook
nu
waren
er meer dan 30 kinderen. We zongen weer liedjes,
‘vertelden’
een Bijbelverhaal en maakten werkjes.
Aan
het eind van de ochtend aten we met z’n allen pannenkoeken en gaven we ze een
zak mee met een knuffel, een paar schriften en de vele knutsel spullen die we
over hadden.
Een
ander aspect van de reis was het leggen van contacten met de Roemenen.
Als
jongeren gingen we regelmatig ’s avonds ergens wat drinken of spelletjes doen
met
de Roemeense jongeren en werden bij hen uitgenodigd op de verjaardag of om te
komen eten.
Ook
de andere leden van de groep werden regelmatig bij verschillende mensen
uitgenodigd om te komen eten.
Daarbij
kreeg je dan een uitgebreide maaltijd voorgeschoteld waarvoor men gerust de
hele
dag
of middag in de keuken had gestaan.


Zaterdag
gingen we met z’n allen op ‘excursie’.
Er
was een grote bus + chauffeur gehuurd waarmee we de bergen ingingen.
Voor
de Roemenen die meegingen was dat zowat een nog grotere
belevenis
dan voor ons. Bijvoorbeeld Jozef, een al wat oudere man.
Vanaf
het moment dat we de bus inkwamen en hij daar al zat,
totdat
we ’s avonds weer terugkwamen hebben we hem alleen maar zien stralen.
Door
de taalbarrière was het moeilijk communiceren, maar met handen- en voetenwerk
en een paar verdwaalde Duitse woorden kon hij toch het een en ander duidelijk
maken. En aan zijn gezicht te zien heeft hij van de dag genóten. Eerst reden we
met de bus de bergen in, waarbij we soms het gevoel hadden dat hij het bijna
zou begeven, vooral op het laatst toen de uitlaatgassen zelfs langs de
achterste stoel naar
binnen kwamen. Maar we
kwamen veilig boven.
Vanaf
het punt waar de auto’s niet meer verder konden
gingen
degenen die zin hadden en konden, nog verder naar
boven
tot over de top. Daar had je een schitterend uitzicht
over,
aan de éne kant de bergen rondom en aan de andere
kant
de weg waarlangs we naar boven gekomen waren.
Na
onze klimpartij in de bergen brachten we nog een bezoek aan een klooster.
Daarna
aten we onze zelf klaargemaakte boterhammen op
bij
een restaurant (!) en reden weer terug naar Ocna. Het was een lange en
vermoeiende dag, maar zeker de moeite waard.
Zondag
3 augustus. De laatste week van ons verblijf in Roemenië is aangebroken.
’s
Ochtends gingen we weer met z’n allen naar de kerk.
Omdat
we de vorige keer weinig van de geheel in het Hongaars gehouden dienst begrepen
hadden, hebben we de dominee gevraagd deze keer wat dingen te vertalen.
Dat
had hij met de schriftlezing en de psalmen gedaan, waardoor we de dienst deze
keer beter konden volgen.
Maandag werden de meeste
werkzaamheden in het kindertehuis afgerond.
Het
leggen van de vloer en trap was uitstekend gelukt en de kozijnen zagen er
vrolijk uit met hun nieuwe kleurtjes.
Als
laatste werd de trap nog enkele malen gelakt en werd de overloop voorzien van
vloerbedekking. Die dag was er ook weer een verkoping. Deze keer waren er naast
kleding en beddengoed vooral ook
‘grote’
spullen zoals kasten en stoelen tot aan zelfs een hele badkamerinrichting toe.
Aan het eind van de dag werden de meegebrachte fietsen verloot.
Omdat
de animo erg groot was en we iedereen een gelijke kans wilde geven,
verkochten
we de fietsen op deze manier. Tot vreugde van de ‘winnaars’ die trots
wegfietsten
op hun nieuwe vervoersmiddel.
Dinsdag
zijn we naar Sibiu geweest om de stad te bekijken en souvenirs te kopen.
’s
Avonds hebben we daar ook gegeten, waarbij de dominee en zijn vrouw ook
aanwezig waren en er een wederzijds woord van dank gesproken werd voor ons
verblijf in Ocna.
Woensdag
was de laatste dag dat we in Ocna verbleven.
’s
Ochtends kwamen een paar vrouwen een wasmand vol met cakes brengen “voor
onderweg”.
Daarna
gingen we naar het kindertehuis om een groepsfoto te maken en
afscheid
te nemen van haar bewoners.

De
moeder die toen we kwamen nog geen woord over de grens sprak,
maar
terwijl wij daar waren ‘stiekem’ Duits geleerd had uit het woordenboek van haar
zoon,
bedankte
ons hartelijk voor het werk in het huis, vooral ook namens de kinderen!
Nadat
we nog een keer duidelijk uitgelegd hadden hoe de vloer het beste onderhouden
kan worden, vertrokken we weer richting de kerk.
Daar
begonnen we vast met het inpakken van onze spullen en het afbreken van de
tenten.
Aan
veel dingen die heel gewoon geworden waren in die drie weken kwam nu
langzamerhand een einde.
Zoals
je met
Of
naar de wc gaan op een wiebelende toiletpot boven een gat in de grond die met
emmers water doorgespoeld moest worden.
Een
duik nemen in een van de zoutmeren of een grote sappige watermeloen kopen op de
hoek van de straat, waar je er zelf een uit mocht kiezen uit de enorme stapels
die er lagen.
Je
scheren in een aan de boom geplakte spiegel of met z’n allen eten aan schragen
met bankjes eromheen. Enz, enz.

’s
Middags kwamen er twee jongens een grote stapel hout brengen
dat
ze met akelige precisie in stukjes begonnen te hakken, waarna ze
er
een twee meter hoog kampvuur van bouwden.
Dat
werd ’s avonds aangestoken bij de barbecue
die
de mensen als afscheid voor ons georganiseerd hadden.
Als
afscheidscadeautje kregen we een soort knapzakje over onze schouder gehangen
met
daarin een zoutstenen een briefje met daarop ‘Gij zijt het zout der aarde’ en
voor ieder een persoonlijke Bijbeltekst.

Omdat we de tenten al afgebroken hadden, sliepen we die
nacht met
z’n allen in de kerkzaal.
De volgende dag werden we vroeg weer gewekt zodat we
op tijd konden vertrekken.
Uitgezwaaid door de Roemenen begonnen we aan de reis
naar huis. Die verliep wederom zonder problemen.
Ook Nusi, een van de Roemeense gemeenteleden die tot
Oostenrijk met
ons
meereed, kwam zonder problemen de grens over. Wat helemaal niet zo
vanzelfsprekend is, want in tegenstelling tot ons Nederlanders die zonder
problemen Nederland in en uit kunnen reizen,moet een Roemeen als hij de grens
over wil eerst een peperdure verzekering afsluiten en ook nog eens voor 500
Euro aan contant geld kunnen laten zien.
Maar
alles was goed geregeld en we konden zo door.

Ook
deze keer deden we drie dagen over de reis en was het
weer
erg warm. Maar met genoeg water dat naast opgedronken
ook
af en toe over elkaar heen gegooid werd, was het goed
uit
te houden. Zaterdagavond kwamen we weer veilig in
Nederland
aan, waar familie en vrienden ons bij het Anker op
stonden
te wachten.
Daar
sloten we gezamenlijk af en dankten God voor Zijn bewaring en zegen tijdens de
reis en de veilige aankomst.
Daarna
ging iedereen zijns weegs met in het hoofd de herinnering aan een bijzondere
vakantie.